Zorgen over Afghaanse kinderen in Nederlandse noodopvang

De Werkgroep Kind in azc is bezorgd over de Afghaanse kinderen die als evacué naar Nederland zijn gekomen en nu in de noodopvang verblijven. De Nederlandse overheid weet niet precies om hoeveel of welke kinderen het gaat en het is de vraag of de noodopvanglocaties wel voldoende veilig en kindvriendelijk zijn.   

In de afgelopen weken zijn verschillende Afghaanse evacués in Nederland aangekomen, onder wie veel kinderen. Deze meereizende kinderen zijn extra kwetsbaar, maar desondanks zijn ze nog altijd niet geïdentificeerd of geregistreerd. Daardoor is ook onduidelijk wat er nodig is om de kinderen veilige en kindvriendelijke opvang te bieden. De Werkgroep vindt dat Nederland er alles aan moet doen om de veiligheid van de kinderen in de noodopvang te waarborgen en verdere psychische en ontwikkelschade te voorkomen.

De Afghaanse evacués verblijven in grootschalige noodopvanglocaties: tijdelijke woonvoorzieningen met weinig daglicht, privacy en gebrek aan speelruimte. Werkgroep Kind in azc maakt zich zorgen over de gevolgen van deze situatie voor kinderen. Arja Oomkens, coördinator van de Werkgroep Kind in azc: ‘Deze kinderen komen uit een angstige situatie in Afghanistan. Ze moeten in Nederland veilig kunnen wonen en de zorg en begeleiding krijgen die ze zo hard nodig hebben. Ook moeten zij snel onderwijs kunnen volgen. Het is belangrijk dat de belangen van kinderen voorop staan bij het realiseren van de noodopvang en erna. De veiligheid moet voldoende zijn gewaarborgd.’  

De Werkgroep vindt een kindvriendelijke en veilige asielopvang juist nu urgent en van cruciaal belang en heeft daarom een brief gestuurd aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. In de brief zijn voorwaarden geformuleerd die er voor moeten zorgen dat de noodopvanglocaties kindvriendelijk en veilig zijn en perspectief bieden op reguliere opvang. De werkgroep baseert zich daarbij op de Monitor Leefomstandigheden van kinderen in de asielopvang. Onder de voorwaarden horen onder meer een deugdelijke administratie en registratie van kinderen, toegang tot de juiste medische en mentale zorg, spoedige doorstroom naar reguliere opvang, snelle toegang tot onderwijs en een kindvriendelijke leefomgeving.  

De Werkgroep Kind in azc verzoekt demissionair staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, Ankie Broekers-Knol, om de aanbevelingen voor een kindvriendelijke opvang over te nemen en zo snel mogelijk in praktijk te brengen. 

Asielopvang voelt onvoldoende veilig voor kinderen

Ondanks een aantal verbeteringen die de afgelopen jaren door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) zijn doorgevoerd, zijn er signalen dat kinderen zich niet veilig voelen in de Nederlandse asielopvang. Ze ervaren constante stress en hebben geen toegankelijk vertrouwenspersoon waar zij terecht kunnen met hun zorgen. Ook het steeds onverwachts verhuizen naar een andere opvanglocatie is nog altijd een probleem. Dit blijkt uit het eerste monitorrapport ‘leefomstandigheden van kinderen in de asielopvang’, dat de Werkgroep Kind in azc vandaag publiceert.

© TeamUp, fotograaf Debra Barroud

Het monitorrapport biedt inzicht in de leefomstandigheden van tweeëntwintig kinderen (zes-elf jaar), negenentwintig jongeren (twaalf-zeventien jaar) en tweeëntwintig ouders in drie asielzoekerscentra en een gezinslocatie in Nederland. Ook zijn negentwintig COA contactpersonen kind (CPK) gevraagd om inzicht te bieden in de signalen die zij krijgen vanuit de locaties. Het monitorrapport telt in totaal 52 aanbevelingen en wordt vandaag overhandigd aan Bart-Jan ter Heerdt, directeur Migratiebeleid bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Gevoelens van onveiligheid door gebrek aan privacy
Gebrek aan privacy komt als groot probleem naar voren in de monitor en zorgt ervoor dat ouders en kinderen zich onveilig kunnen voelen op een azc. Families en alleenstaanden wonen door elkaar heen in één gebouw en delen de voorzieningen, met regelmatig geluidsoverlast, onderlinge spanningen en incidenten tussen bewoners tot gevolg. Op gezinslocaties ervaren kinderen daarnaast constante stress vanwege de dreigende detentie en uitzetting, van zichzelf en van hun vriendjes. “Kinderen krijgen alles mee”, zegt Arja Oomkens, coördinator van Werkgroep Kind in azc, “ook zaken die helemaal niet voor hun ogen en oren bedoeld zijn. Ze hebben geen kans om kind te zijn.”

Geen vast aanspreekpunt
Uit de monitor blijkt ook dat ouders en kinderen hun zorgen en gevoelens van onveiligheid vaak niet uiten aan medewerkers van het COA. “Dat is logisch te verklaren”, zegt Maryam, die voorheen zelf op een azc woonde en als ervaringsdeskundig onderzoeker betrokken is bij het onderzoek:

“Als bewoner op een azc heb je het gevoel dat alles wat je zegt, tegen je gebruikt kan worden in de asielprocedure. Kinderen durven ook niet zomaar op COA-medewerkers af te stappen om hun verhaal te doen, waardoor ze het maar voor zich houden. Daarbij komt nog dat kinderen zich niet altijd gehoord en serieus genomen voelen, als ze hun verhaal wél besluiten te doen bij een COA-medewerker” (Maryam, ervaringsdeskundig onderzoeker).

Volgens het COA zijn alle medewerkers aanspreekpunt, en zijn er diverse medewerkers actief in de rol van CPK. Zij zijn verantwoordelijk voor de coördinatie van het activiteitenaanbod op de opvanglocatie en hebben een ‘overall view’ op het welzijn en de veiligheid van kinderen. Uit de monitor blijkt echter dat de rol van CPK’s nog onvoldoende verankerd is in de verschillende opvanglocaties.

Signalen van kindermishandeling en huiselijk geweld
Kinderen zijn door de grootschaligheid van sommige opvanglocaties en de coronabeperkingen van het afgelopen jaar minder goed in beeld bij COA-medewerkers. Hierdoor kunnen zij signalen van mishandeling of geweld minder snel oppikken. Oomkens: “We vinden het zorgelijk dat kinderen uit beeld kunnen raken. Dit moet snel opgelost worden. Ook moet het gemakkelijker worden voor kinderen om zelf melding te maken van bijvoorbeeld mishandeling of geweld. Een kind in Nederland heeft volgens het VN-Kinderrechtenverdrag het recht om veilig op te groeien, ook tijdens het verblijf in een azc. Zij hebben een vertrouwenspersoon nodig, waar ze altijd bij terecht kunnen.”

Tekening van een van de geïnterviewde kinderen

Stress door onverwachts verhuizen
De monitor toont daarnaast dat de veelbesproken verhuizingen van minderjarige asielzoekers nog altijd niet zijn opgelost. Uit data van het ministerie van Justitie en Veiligheid blijkt dat kinderen in 2019 en 2020 tijdens de asielprocedure gemiddeld één keer verhuisden naar een andere opvanglocatie. Maar ook dat er nog altijd uitschieters bestaan van kinderen die drie, vier of vijf keer verhuisden. Hiermee is het voornemen uit het Regeerakkoord van 2017 om verhuisbewegingen zo veel mogelijk te beperken nog niet voor alle kinderen behaald.

“Steeds onverwachts moeten verhuizen leidt tot veel stress en slechte continuïteit van onderwijs en gezondheidszorg. Het werkt daarnaast ontwrichtend en zorgt ervoor dat kinderen zich moeilijk kunnen hechten. De veilige basis ontbreekt” (Arja Oomkens, coördinator Werkgroep Kind in azc).

© VluchtelingenWerk Nederland (Time4You), fotograaf Daniel van de Wetering

Verdere verbeteringen noodzakelijk
In 2018 publiceerde Kind in azc al een omvangrijk rapport naar de leefomstandigheden in azc’s. Hier kwamen toen 92 aanbevelingen uit, waarmee het COA voortvarend aan de slag is gegaan. Zo is de fysieke leefomgeving, het activiteitenaanbod en de kindvriendelijke voorlichting over de asielprocedure verbeterd en is de rol van CPK’s verstevigd. COA-medewerkers hebben daarnaast in het afgelopen jaar – tijdens de coronapandemie – extra aandacht besteed aan kwetsbare kinderen en veel geïnvesteerd om de continuïteit van jeugdgezondheidszorg te waarborgen. Desondanks krijgt de Werkgroep Kind in azc nog altijd signalen dat er veel schort aan de leefomstandigheden in de asielopvang voor kinderen.

“Met dit rapport maken we dat inzichtelijk en geven we de nieuwe regering handreikingen mee, waaronder het betrekken van een vertrouwenspersoon voor kinderen en ouders, het beperken van verhuizingen en vervolgonderzoek naar het verband tussen privacy en veiligheid. Op deze manier kan een veiligere basis voor kinderen in de asielopvang worden gecreëerd, zodat kinderen zich op een gezonde manier kunnen ontwikkelen en de ruimte hebben om kind te zijn” (Arja Oomkens, coördinator Werkgroep Kind in azc).

Overgang jeugdhulp voor azc-kinderen naar gemeenten ; meld uw signalen!

Op 28 december berichtte Trouw in het artikel ‘Gemeenten zijn niet klaar voor hulp aan azc-kinderen’ dat gemeenten vanaf 1 januari 2019 verantwoordelijk zijn geworden voor de jeugdhulp aan kinderen die in asielzoekerscentra wonen, maar dat zij daar nog niet klaar voor zijn. Daardoor komt bijvoorbeeld de traumatherapie of opvoedingsondersteuning voor kwetsbare kinderen in gevaar. Kinderrechtenorganisaties vrezen dat nog niet alle gemeenten hier goed op voorbereid zijn. Tot 1 januari was jeugdhulp nog de verantwoordelijkheid van het COA. 

Tien gemeenten hebben al geëxperimenteerd met de verantwoordelijkheid voor jeugdhulp in het azc en dat beviel goed. Maar volgens Helen Schuurmans (coördinator van de Werkgroep kind in azc) is een belangrijke kanttekening daarbij dat het budget bij die experimenten onbeperkt was, terwijl er in het nieuwe systeem per kind 740 euro wordt uitgetrokken.  Bovendien hebben deze tien gemeenten ook twee jaar de tijd genomen om het een en ander voor elkaar te krijgen.

De werkgroep Kind in azc verwacht startproblemen. Daarom wil de werkgroep vinger aan de pols houden om er zeker van te zijn dat de jeugdzorg voor kwetsbare kinderen in azc’s goed verloopt.

Uit onderzoek van de werkgroep ‘Leefomstandigheden van kinderen in azc’s’ van afgelopen jaar is gebleken dat de toegang tot (geestelijke) gezondheidszorg voor kinderen op azc’s voorheen niet in orde was. De werkgroep ziet de overgang naar gemeenten als een kans om het beter te doen, maar het zou ook wisselend kunnen zijn.  Hierbij doet de Werkgroep dan ook een oproep om zowel positieve voorbeelden als verontrustende voorbeelden aan ons te melden.  

Voor meer informatie over de overgang van jeugdhulp naar de gemeenten zie het project Jeugdhulp aan asielzoekerskinderen.

Overhandiging monitorrapport ‘Leefomstandigheden van kinderen in de asielopvang’

Op 18 mei 2021 is namens de Werkgroep Kind in azc het nieuwe monitorrapport ‘leefomstandigheden van kinderen in de asielopvang’ overhandigd aan Bart-Jan ter Heerdt, directeur Migratiebeleid bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Tijdens de overhandiging op het azc in Leersum werden de conclusies en aanbevelingen uit het monitorrapport toegelicht door Arja Oomkens, coördinator van de Werkgroep Kind in azc en Maryam, ervaringsdeskundig onderzoeker. Ter Heerdt kreeg in totaal 52 aanbevelingen overhandigd gericht op het creëren van een veilige en stabiele leefomgeving voor kinderen. 

Overhandingingsmoment monitorrapport ‘Leefomstandigheden van kinderen in de asielopvang’
v.l.n.r. Maryam, Arja Oomkens en Bart-Jan ter Heerdt.

Het nieuwe monitorrapport is een vervolg op een eerder grootschalig onderzoek (2018) van de Werkgroep Kind in azc. De Werkgroep droeg destijds 92 aanbevelingen aan waar het Ministerie van J&V en het COA voortvarend mee aan de slag zijn gegaan. Toch kreeg de Werkgroep signalen dat er nog veel schort aan de asielopvang.

De Werkgroep vond het daarom nodig om deze signalen in kaart te brengen in een nieuw monitorrapport en sprak daarvoor met tweeëntwintig kinderen (6-11 jaar), negenentwintig jongeren (12-17 jaar) en tweeëntwintig ouders in drie asielzoekerscentra en een gezinslocatie. Ook zijn negenentwintig COA contactpersonen kind gevraagd om inzicht te bieden in de signalen die zij krijgen vanuit de locaties.

Wat het onderzoek aantoont is dat kinderen in de asielopvang zich nog te vaak onveilig voelen, met name vanwege:

  • Een gevoel van onveiligheid door een gebrek aan privacy (alleenstaanden en gezinnen wonen in de opvang door elkaar en delen voorzieningen zoals een douche, toilet en keuken).
  • Het gebrek aan een toegankelijk vertrouwenspersoon waar kinderen terecht kunnen met hun zorgen.
  • Onverwachte en veelvoudige verhuizingen naar een andere opvanglocatie. Dit werkt ontwrichtend en staat de continuïteit van het onderwijs en de zorg in de weg.
  • Constante stress in gezinslocaties vanwege mogelijke detentie en uitzetting, van kinderen zelf en van vriendjes.

Maryam, ervaringsdeskundige die in haar rol als onderzoeker vele kinderen gesproken heeft, was ook aanwezig tijdens het overhandigingsmoment. Het meest zorgelijk vindt zij dat kinderen en ouders hun gevoelens van onveiligheid vaak niet uiten aan medewerkers van het COA.

‘’Zorgen kunnen bewoners kwijt bij de infobalie. Aangezien de infobalie beperkt open is, staat er vaak een rij mensen te wachten. Mensen hebben dus geen privacy en besluiten hun zorgen voor zich te houden.’’

Maryam (ervaringsdeskundig onderzoeker)

Maryam benadrukt hiermee het belang van een toegankelijk vertrouwenspersoon op azc’s waar kinderen naar toe kunnen met hun vragen en problemen.

Ter Heerdt, Directeur Migratiebeleid bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid, moedigt de kritische kijk vanuit de belevingswereld van kinderen en hun familie in de opvang aan.

”Terugdenkend aan het vorige rapport, hebben we er echt heel veel aan gehad. Het is belangrijk dat we signalen krijgen van de mensen voor wie we het doen. We zitten in een toren in Den Haag en dan is het soms makkelijk om te vergeten dat het echt om kinderen met een gezicht gaat.”

Bart-Jan Ter heerdt (Directeur Migratiebeleid bij het ministerie van J&V)

Met name het gevoel van onveiligheid onder kinderen in de opvang gaat Ter Heerdt aan het hart.

”Kinderen die zich niet veilig voelen, dat is niet oké. Vaak zijn het kinderen die onveilige situaties ontvlucht zijn en hoe dan ook is die reis ontwrichtend geweest, dus dan moet je hier tot rust kunnen komen en je veilig voelen.”

bart-jan TER HEERDT (DIRECTEUR MIGRATIEBELEID BIJ HET MINISTERIE VAN J&V)

De Werkgroep Kind in azc heeft de overheid opgeroepen om de komende tijd samen met het COA hard aan de slag te gaan met de aanbevelingen uit het rapport om er voor te zorgen dat de asielopvang een veilige plek is voor opgroeiende kinderen.

Meer over de rapportage en de overhandiging van het rapport is hier te lezen, zien en te horen: In de media – Kind in azc (kind-in-azc.nl)

Kieswijzer Asiel van de makers van 26.000 gezichten

Eerder introduceerden wij de portrettenserie ‘26.000 gezichten’ waarin aandacht wordt gevraagd voor de lange wachttijden in asielprocedures in Nederland en de gevolgen daarvan voor kinderen en jongeren.

Voor de werkgroep kind in AZC zijn de lange wachttijden in de asielprocedure en de onzekerheid, het weinige toekomst perspectief, en de mentale gevolgen voor kinderen al jaren een van de belangrijkste lobbypunten. De aankomende Tweede Kamerverkiezingen zijn de kans voor de kiezers om invloed uit te oefenen op het asielbeleid van het nieuwe kabinet.

De Kieswijzer – 26000 Gezichten  geeft inzicht in de standpunten van de acht grootste politieke partijen in Nederland. Eduard Nazarski  ondervraagt Tweede Kamerleden over hoe belangrijk migratie is in het coalitieakkoord, waar hun grens ligt in de onderhandelingen voor regeringsdeelname  en over de verantwoordelijkheid van Nederland in het opvangen van kinderen uit de Griekse kampen. Opvallend is dat drie partijen – de CDA, de VVD en de PVV – niet zijn ingegaan op de uitnodiging om deel te nemen aan de tweegesprekken.

Situatie kinderen in azc’s zeer zorgwekkend door tweede lockdown

Het gaat niet goed met kinderen in azc’s, blijkt uit een screening van Werkgroep Kind in azc. Door de tweede lockdown zijn vrijwel alle activiteiten voor hen gestopt en kunnen veel kinderen geen online onderwijs volgen. Morgen wordt een motie over het onderwerp behandeld in de Tweede Kamer.

‘Dit zijn hele kwetsbare kinderen die in de strijd tegen corona uit beeld dreigen te raken, terwijl ze juist nu extra aandacht nodig hebben,’ zegt Esther Zielhuis, coördinator van Kind in azc.

Om een idee te krijgen hoe kinderen in azc’s worden geraakt door het coronabeleid, is een online vragenlijst uitgezet. Een ruime meerderheid (52 procent) van de respondenten geeft aan dat voor deze kinderen onmogelijk is om online lessen te volgen of schoolwerk te maken door slechte wifi in het azc. Ook zegt bijna de helft (43 procent) dat er geen laptops of tablets voor digitaal onderwijs aanwezig zijn. De uitkomst is te lezen in het rapport  De impact van corona op kinderen in azc’s. 


© Kind in azc / Petra Katanic 2020

Somber beeld

Behalve problemen rond onderwijs, geeft de steekproef een somber beeld van de impact van de coronamaatregelen op deze kwetsbare kinderen. Door het wegvallen van school en andere activiteiten verliezen ze hun sociale contacten wat zorgt voor vereenzaming en isolatie. Ook nemen stress en neerslachtigheid toe omdat hun toekomst nog onzekerder is dan voor corona en ze weinig begrijpen van de coronamaatregelen. Dat komt ook door hun taalachterstand, die door het uitblijven van onderwijs alleen maar verergert.   

Waar tijdens de eerste lockdown al signalen waren dat kinderen in azc’s uit beeld raakten, is de angst hiervoor inmiddels nog groter, zo blijkt uit de steekproef. De toegenomen stress van ouders, verveling, gebrek aan privacy en de hele dag met het gezin in een kleine ruimte opgesloten zitten, zorgt ervoor dat de situatie voor kinderen onveilig wordt. Organisaties die deze signalen normaal gesproken kunnen opvangen, hebben door de coronamaatregelen minder toegang tot deze gezinnen. Problemen binnen het gezin komen minder snel aan het licht omdat er nauwelijks contact is met de buitenwereld.

Oproep

De Werkgroep Kind in azc wil dat de overheid en het COA hun verantwoordelijkheid nemen om alle asielzoekerscentra structureel van goed werkende wifiverbindingen te voorzien, voor nu en in de toekomst. ‘De staatssecretaris belooft al sinds april vorig jaar beterschap, maar ondertussen worden deze kinderen gewoon aan hun lot overgelaten,’ zegt Zielhuis. Ook roept de Werkgroep het kabinet op te zorgen voor voldoende apparaten om online onderwijs te kunnen volgen en meer begeleiding en aandacht te creëren voor kwetsbare kinderen. Aanstaande dinsdag wordt ook een motie over het onderwerp behandeld in de Tweede Kamer. ‘Deze kinderen hebben al zoveel meegemaakt, in het land van herkomst en gedurende hun vlucht, het minste wat je kunt doen is ervoor zorgen dat ze tijdens en na de lockdown toegang hebben tot onderwijs en goede begeleiding. Wegkijken is geen optie meer,’ aldus Zielhuis.   

26.000 gezichten – 15 jaar later

In 2005 verscheen de portrettenserie 26.000 gezichten. Dit project van de gelijknamige stichting, had als doel om om uitgeprobeerde asielzoekers, die binnen drie jaar terug zouden moeten naar hun land van herkomst, op televisie een gezicht te geven. 99 (documentaire- en drama) filmregisseurs maakten korte filmische portretten van een tot vijf minuten waarvan er gedurende 3 jaar 750 van werden uitgezonden. Deze termijn van 3 jaar werd gekozen omdat dat de termijn is waarop alle uitzettingen moesten plaatsvinden volgens de toenmalige minister van vreemdelingenzaken en integratie.

Nu, twintig jaar later, hebben de makers een vervolg gemaakt: 26.000 Gezichten – 15 jaar later. Aanleiding is de slechte rechtspositie van minderjarige asielzoekers. Met de website 26000gezichten.com en daarop getoond negen nieuwe films, wil 26.000 Gezichten dit keer specifiek aandacht vragen voor de lange wachttijden in asielprocedures, waardoor kinderen en jongeren lang in onzekerheid blijven. Zij wortelen wel in Nederland, gaan hier naar school en integreren. Deze lange onzekerheid geeft veel angst en stress, waardoor de sociale en emotionele ontwikkeling van deze kinderen volgens vele deskundigen wordt geschaad. Deze zorg is al jaren een van onze belangrijkste lobbypunten. In de negen nieuwe films is gekeken hoe het nu met kinderen uit de oorspronkelijke korte portretten gaat. Deze verhalen zijn stuk voor stuk getuigenissen van de enorme veerkracht die kinderen hebben. De verhalen vormen krachtige rolmodellen voor kinderen die anno nu in AZC’s op een besluit wachten over de asielaanvraag van hun ouders.

Om dit probleem in de publieke aandacht te brengen hebben de initiatiefnemers van 15 jaar terug besloten een nieuwe serie films te maken: 26.000 Gezichten, 15 jaar later. Vier van deze films werden eind 2020 uitgezonden en zijn hier terug te zien. In deze nieuwe portretten vertellen kinderen uit films van destijds hoe hun leven sindsdien is gelopen, wat ze heeft geholpen, wat ze moeilijk hebben gevonden. Zij blikken terug op hun kindertijd in de asielzoekerscentra of op het leven van hun gezin als illegalen. Wat hen bindt is de enorme veerkracht die zij vertonen, de motivatie nu iets van hun leven te maken en een aanwinst te vormen voor de samenleving die hen uiteindelijk bescherming heeft geboden en een nieuw thuis heeft geschonken.

Laith verhuisde 6 keer in 2,5 jaar

Het jeugdjournaal deelde onlangs een artikel over Laith, die vertelt dat hij na 2,5 jaar weet dat hij in Nederland mag blijven. In die 2,5 jaar is Laith naar eigen zegen 6 of 7 keer verhuisd. Het artikel dat bij onderstaande video hoort, lees u hier.


De Werkgroep pleit al jaren voor minder verhuisbewegingen
In het rapport over de leefomstandigheden van kinderen in azc’s uit 2018 wordt het vele verhuizen genoemd als één van de fundamentele knelpunten. Met een aantal aanbevelingen probeert de werkgroep de verhuizingen omlaag te krijgen. Hier leest u onze zorgen en standpunten wat betreft verhuizingen.

De voordelen van het stoppen van verhuizingen zijn groot, zowel voor de kinderen als voor de Nederlandse samenleving. Er komt continuïteit in het leven van de kinderen omdat de opvang, school en gezondheidszorg hetzelfde blijven. De kinderen kunnen vriendjes en vriendinnetjes maken, zich hechten en weer kind zijn. Het draagvlak in de gemeenten wordt vergroot en er zijn geen kosten meer die gepaard gaan met het vele verhuizen. De kinderen kunnen eerder gebruik maken van de reguliere voorzieningen in gemeenten in plaats van (dure) specifieke voorzieningen en inzet van personeel op de centra. 

Kleine vooruitgang
In de meerjarenstrategie van het COA voor 2020-2025 zijn “beperken van verhuisbewegingen bewoners” en “stabiliteit minderjarige bewoners” als doelstellingen opgenomen als resultaat van de lobby van de Werkgroep.  In de Rapportage Vreemdelingen Keten over de eerste helft van 2020 wordt nu voor het eerst bijgehouden hoe vaak per kind verhuisd wordt. Dit is het bescheiden resultaat van onze lobby over het tegengaan van verhuizingen, en maakt het aantal verhuisbeweging een stuk transparanter.

Nieuwkomerskinderen presteren beter door sport- en spelactiviteiten op school

Kinderen die net in Nederland zijn, presteren beter als op school structureel aandacht wordt besteed aan hun sociaal-emotioneel welzijn. Dit blijkt uit een extern evaluatierapport van TeamUp op School, een programma van War Child, Save the Children en UNICEF Nederland. Met sport- en spelactiviteiten bevordert TeamUp de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. De organisaties vinden het belangrijk dat er meer aandacht komt voor sociaal-emotioneel leren binnen het nieuwkomersonderwijs.

Foto uit evaluatierapport

Na een moeilijke en angstige tijd in hun land van herkomst, krijgen kinderen in Nederland te maken met nieuwe stressfactoren zoals de asielprocedure, een nieuwe cultuur en een klas vol leeftijdsgenoten die ze niet kunnen verstaan. Veel kinderen hebben traumatische gebeurtenissen meegemaakt. Tijdens de TeamUp-activiteiten leren kinderen van zes tot twaalf jaar hoe ze met hun gevoel moeten omgaan.

Gedrag
“Vaak kunnen we in het gedrag van kinderen terugzien welke bagage ze achter zich aanslepen”, legt leerkracht Cora Cijvat uit. Cora werkt op een taalschool in Tilburg. “Soms zijn ze heel boos, gestrest of ze kunnen hun emoties niet uiten.” Het is belangrijk dat daar aandacht aan wordt besteed. “Ruimte in je hoofd is nodig om te kunnen leren en ontwikkelen.”

Taal is ondergeschikt
Daarom doet Cora elke week TeamUp-activiteiten met de kinderen in haar klas. “Taal is hierbij ondergeschikt; emoties tonen, plezier maken en bewegen staan voorop.” Volgens Cora voelen kinderen zich tijdens de activiteiten veilig en kunnen ze echt zichzelf zijn. “Je ziet kinderen tot rust komen, opbloeien en er ontstaat een groepsgevoel.”

Hoe werkt dat dan?
Een veelvoorkomende activiteit bij TeamUp is ‘spiegelen’, waarbij een tweetal elkaars bewegingen nauwkeurig moet volgen. Zo leren kinderen te luisteren zonder te praten, zichzelf aan te passen aan de ander en om de beurt leider te zijn. En bij ‘trefbal’ leren ze samenwerken in een team en op een gezonde manier omgaan met frustratie. Allemaal vaardigheden die kinderen in het dagelijks leven goed kunnen gebruiken.

Evaluatieonderzoek
Onlangs heeft TeamUp op School een evaluatieonderzoek uitgevoerd. Uit interviews met 50 deelnemende kinderen is gebleken dat de TeamUp onder andere helpt bij het aangaan van sociale verbindingen, het krijgen van meer energie en als uitlaatklep voor stress. Daarnaast wordt de rolwisseling van leerkracht naar iemand die meedoet met de activiteiten door de kinderen erg gewaardeerd. Volgens de onderzoekers leidt het structureel aandacht besteden aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen tot hogere schoolresultaten en een betere mentale gezondheid. Lees hier de samenvatting van Evaluatie TeamUp op School. Of bekijk de infographic voor de belangrijkste resultaten.

Minder psychische zorg voor asielzoekers dan voor andere Nederlanders

In een artikel van Vrij Nederland worden zorgen uitgesproken over de toegang tot psychische zorg voor asielzoekers. Het is onduidelijk hoeveel asielzoekers precies gebruik maken van psychische hulp, maar uit onderzoek naar leefomstandigheden van kinderen in asielzoekerscentra, dat de Werkgroep in 2018 deed, blijkt dat het slechts om een beperkte groep gaat en sterk afhangt van de locatie.

Uit het artikel:

Helen Schuurmans, voorzitter van de Werkgroep ‘Kind in azc’: ‘Ik krijg het idee dat de kwaliteit van zorg sterk afhangt van de aandacht die medewerkers op verschillende plekken toevallig voor de materie hebben. Asielzoekerscentra zitten weggestopt aan de rand van gemeenten, je loopt daar niet even naar binnen om te kijken hoe het gaat. En mensen die er wonen weten vaak niet goed waar ze recht op hebben of hoe ze die rechten kunnen afdwingen.’

TeamUp is één van de psychosociale programma’s die voor kinderen het verschil kunnen maken: ‘Je kan denken: trefbal, pff. Wat is dat nou voor iets simpels,’ stelt Jordans. ‘Maar achter alle spellen in het programma zit een idee.’ Trauma hangt samen met controleverlies, bijvoorbeeld als je machteloos wacht op een levensteken van je ouders. ‘Lichamelijk bezig zijn, beweging initiëren en stoppen, is een manier om controle en autonomie te ervaren, dat draagt bij aan herstel.’

De stimulans om de zorgkosten laag te houden, in combinatie met de gesloten aard van asielzoekerscentra, vraagt om gedegen toezicht op de kwaliteit van zorg. Maar dat ontbreekt. Het toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) bestaat uit een halfjaarlijks gesprek met medewerkers van Arts en Zorg. Onderzoek op azc’s doet IGJ alleen naar aanleiding van concrete meldingen.

Als Jongedijk, psychiater en directeur van ARQ Centrum’45, gespecialiseerd in traumabehandeling,  iets zou mogen veranderen in de zorg voor asielzoekers, dan zou hij inzetten op het proactief opsporen van problemen in een zo vroeg mogelijk stadium. Asielzoekers bij aankomst screenen op depressie en posttraumatisch stresssyndroom. En dan na een paar weken nog eens. ‘Je wilt niet medicaliseren of problematiseren, dus niet bij de eerste test met therapie beginnen. Maar als klachten aanhouden, moet je zo snel mogelijk ingrijpen. Daar is veel ellende mee te voorkomen, ook in maatschappelijk opzicht.’

Hoe eerder een behandeling start, hoe groter de kans op succes. ‘Zo voorkom je dat mensen chronische klachten ontwikkelen, verdovende middelen gaan gebruiken of zichzelf iets aandoen. Voor de meeste mensen is er niet veel nodig. Laagdrempelige psycho-educatie en lichamelijke oefeningen die gericht zijn op ontspanning zijn meestal voldoende.’ Het artikel van Vrij Nederland lees je hier.

Het artikel van Vrij Nederland lees je hier.

Zorgen om niet-begeleide kinderen in Griekse vluchtelingenkampen

De leden van de Werkgroep Kind in azc ontvangen veel vragen over de meer dan 5200 niet-begeleide kinderen die in slechte omstandigheden in de Griekse kampen verblijven. Gezien de wereldwijde ontwikkelingen als gevolg van COVID-19 hebben, nu meer dan ooit, niet-begeleide kinderen op de Egeïsche eilanden hulp nodig. Onder hen staan meer dan 1600 bloot aan ernstige risico’s, waaronder uitbuiting en geweld. Zij zitten in slechte omstandigheden in overvolle opvang- en identificatiecentra.

Griekenland riep de lidstaten van de Europese Unie op om kinderen over te nemen die zonder familie vastzitten in de overvolle vluchtelingenkampen. Inmiddels hebben elf Europese landen, waaronder België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Finland, aangeboden dit te doen. Ondertussen houdt de regering van Nederland voet bij stuk en wil geen kinderen opnemen.

De Werkgroep Kind in azc zet zich in eerste plaats in voor kinderen in azc’s in Nederland. Wél pleiten leden van de Werkgroep individueel voor herplaatsing van de betreffende groep kwetsbare kinderen. Vluchtelingenwerk Nederland, Defence for Children, Safe the Children en UNICEF Nederland riepen het Kabinet zo herhaaldelijk op om zich solidair te tonen en kinderen over te nemen, waaronder in een oproep in de NRC.

Voor meer informatie over het standpunt van de Werkgroepleden vind je hier:

« Oudere berichten

© 2021 Kind in azc

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑