Auteur: Werkgroep Kind in azc (page 1 of 4)

‘Noodopvang onleefbaar voor kinderen’, aldus jeugdgezondheidszorg- en onderwijsprofessionals

De leefomstandigheden van vluchtelingenkinderen in de noodopvanglocaties in Nederland zijn beneden alle peil. Dat zeggen jeugdgezondheidszorg- en onderwijsprofessionals in een onderzoek van de Werkgroep Kind in azc dat vandaag op Wereldvluchtelingendag verschijnt. Kinderen in de noodopvang lopen aantoonbare ontwikkelingsschade op en hebben onvoldoende toegang tot onderwijs en zorg. Ook raken kinderen ondervoed. Er is specifieke aandacht voor kinderen nodig in de nieuwe crisisaanpak van het kabinet. De Werkgroep Kind in azc roept op om direct de meer dan 2000 kinderen uit de noodopvanglocaties te halen en over te plaatsen naar kleinschalige, stabiele en blijvende asielopvang. 

Volgens de meer dan 80 ondervraagde professionals komen de belangen van kinderen in bijna alle noodopvanglocaties dramatisch in de knel. Kinderen voelen zich onveilig door gebrek aan privacy en slapen slecht door lawaai in de nacht. Professionals weten niet hoe lang een kind op een noodopvanglocatie blijft, en onderwijs wordt daarom niet altijd opgestart. Lang niet alle kinderen zitten binnen drie maanden op school. Volgens docenten hebben kinderen die wel naar school gaan concentratieproblemen en vallen ze in de klas in slaap.  

Kinderen raken ondervoed
Verschillende JGZ-professionals noemen slechte voeding als een groot probleem in de noodopvang. Kinderen zijn niet bekend met het Nederlandse eten dat daar wordt geboden en eten slecht. Sommigen krijgen hierdoor te weinig voedingsstoffen binnen, vallen af en verkeren in een slechte gezondheid. Sommige kinderen gaan met honger naar school. Door gebrek aan leefgeld en eigen kookvoorzieningen in de noodopvang, hebben ouders hier zelf geen invloed op en maken zij zich grote zorgen over de gezondheid van hun kinderen. 

Toegang tot zorg flinke onvoldoende
Ook met toegang tot zorg is het dramatisch gesteld. Volgens jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen vindt er slechts een beperkte medische intake plaats, maar niet in alle gevallen, waardoor kinderen soms helemaal niet in beeld zijn. Zorgprofessionals zien daarnaast weinig tot geen mogelijkheden tot doorverwijzing naar noodzakelijke specialistische zorg, zoals jeugd-GGZ, jeugdzorg en logopedie. Ook kunnen kinderen met speciale onderwijsbehoeften, bijvoorbeeld vanwege analfabetisme of lichamelijke beperkingen, nergens terecht of moeten ze lang wachten op een plek. 

Noodopvang. Foto: UNICEF Nederland ©

Sociaal isolement en psychosociale klachten
Professionals zien in hun werk heel veel gezinnen die in één jaar meer dan drie keer verhuisd zijn tussen verschillende noodopvanglocaties. Zij geven aan dat het daardoor onmogelijk is om continuïteit van zorg en onderwijs te bieden. Docenten en zorgverleners weten niet altijd waar een kind naartoe verhuist, of kinderen zijn plotseling vertrokken, waardoor een overdracht of afscheid niet mogelijk is. ‘Voordat de gewenste zorg ingezet kan worden, zijn de gezinnen vaak plotseling verhuisd’, zegt een JGZ-professional in het onderzoek. Dit speelt ook in het onderwijs. Ook zien professionals dat kinderen in sociaal isolement raken en kampen met psychosociale klachten. ‘Het frequent verhuizen is voor kinderen en jongeren een groot probleem en belemmert hen in hun ontwikkeling. Ook als ze niet zelf moeten verhuizen, maar vriendjes plots weer weg zijn’, zegt een leerkracht.

Kindvriendelijke en veilige asielopvang nodig
Kinderen raken steeds verder in de knel door de crisis in de asielopvang’, zegt Arja Oomkens, coördinator van Werkgroep Kind in azc.

‘Al een jaar luiden we de noodklok, maar niemand komt met een oplossing. Instanties en professionals zijn het er al lang over eens dat het zo niet langer kan. De Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd stellen dat in een brief nu ook. De Werkgroep Kind in azc vindt de leefsituatie in de noodopvang onacceptabel. Alle kinderen moeten direct uit de noodopvang worden geplaatst.’

Arja Oomkens, coördinator Werkgroep Kind in azc

Ook in de reguliere asielopvang zijn de leefomstandigheden van kinderen zorgelijk. Vorig jaar bleek uit onderzoek van de werkgroep al dat kinderen zich vaak onveilig voelen en geen vast  persoon hebben met wie zij hun zorgen kunnen delen. Jeugdgezondheidszorg- en onderwijsprofessionals bevestigen in het nieuwe onderzoek dat ook in de reguliere opvanglocaties het afgelopen jaar de belangen van kinderen, zoals fysieke en sociale veiligheid, in de helft van de gevallen in de knel kwamen.

De Werkgroep Kind in azc benadrukt dat een van de oplossingen ligt in kleinschalige, stabiele, blijvende opvang, waar kinderen blijven totdat op hun asielverzoek is beslist. Hier kan hun veiligheid worden gewaarborgd, kunnen kinderen sneller toegang krijgen tot zorg en onderwijs, en zich gezond ontwikkelen. In april heeft de Werkgroep aan staatssecretaris Van der Burg (Asiel en Migratie) al een lijst met acht uitgangspunten overhandigd, gebaseerd op het VN-Kinderrechtenverdrag, om de asielopvang structureel kindvriendelijker en veiliger te maken. Hoe het kabinet specifiek rekening gaat houden met kinderen in de nieuwe crisisaanpak is nog onduidelijk. 

Noodopvang. Foto: UNICEF Nederland ©

Laat kinderen niet de dupe zijn van de crisis in de asielopvang

De Werkgroep Kind in azc is zeer bezorgd over het welzijn van vluchtelingenkinderen in de huidige asielopvang. De rekening van de crisis in de opvang met grootschalige en massale noodopvanglocaties, veelvuldig verhuizen van opvang naar opvang en achterblijvende aandacht voor zorg en psychosociale hulp, komt nu bij kinderen terecht. De risico’s op schade in hun ontwikkeling en gezondheid nemen daardoor aanzienlijk toe. De Werkgroep Kind in azc roept het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Nederlandse gemeenten op om te zorgen voor kindvriendelijke opvang en kinderen voorrang te geven bij plaatsing in stabiele, veilige en kleinschalige opvanglocaties.  

Ruimte voor kinderen in het azc in Leersum

In de huidige grote crisis in de opvang raken de belangen van kinderen nog verder uit beeld. In een gesprek met staatssecretaris Van der Burg (Asiel en Migratie) heeft de Werkgroep Kind in azc woensdag zorgen geuit over de situatie van kinderen in de noodopvang van het COA en in de gemeentelijke opvang voor Oekraïners. De Werkgroep heeft de staatssecretaris met klem verzocht om kinderen (en hun gezinnen) niet langer in grootschalige locaties op te vangen, maar direct in stabiele, veilige en kleinschalige opvanglocaties te huisvesten. Zo kunnen veelvuldige en stressvolle verhuizingen worden voorkomen en krijgen kinderen de kans om naar school te gaan, hoeven ze niet telkens weer nieuwe vriendschappen te sluiten en kunnen ze passende zorg krijgen. Dit is noodzakelijk om de schade op hun ontwikkeling en gezondheid zoveel mogelijk te beperken.

Uitgangspunten

De Werkgroep heeft de staatssecretaris een lijst met 8 uitgangspunten overhandigd, gebaseerd op het VN-Kinderrechtenverdrag,  om de asielopvang kindvriendelijker en veiliger te maken:

  1. Uitbreiden van de reguliere opvang zodat de noodopvang zo snel mogelijk kan worden beëindigd
  2. Een deugdelijke administratie en registratie van alle bewoners, in het bijzonder kinderen
  3. Leefomstandigheden aanpassen aan de belangen en veiligheid van kinderen
  4. Veiligheid van kinderen wordt gemonitord en is in beeld
  5. Duidelijkheid over de asielprocedure
  6. Spoedige toegang tot regulier onderwijs, bij voorkeur buiten de (nood)opvanglocatie
  7. Spoedige toegang tot de juiste medische en mentale zorg
  8. Activiteiten, participatie en informatievoorziening voor kinderen
De staatssecretaris was op bezoek bij activiteiten van Time4You, TeamUp en de Vrolijkheid.

Toezeggingen

Arja Oomkens, coördinator van de werkgroep Kind in azc: “De lijst gaat door op eerdere toezeggingen, zoals de belofte dat onafhankelijke vertrouwenspersonen en laagdrempelige begeleiding voor kinderen in de opvang beschikbaar zullen zijn. Ook hebben we de staatsecretaris gevraagd om structurele financiering van landelijke kinderactiviteiten in de asielopvang, zoals van TeamUp, Time4you en kunstprojecten van de Vrolijkheid. Dat is nodig om het psychosociaal welzijn van kinderen te beschermen en versterken. De staatssecretaris erkent de noodzaak van kindvriendelijke asielopvang. Nu moet er ook naar gehandeld worden. Kinderen mogen niet langer de dupe worden van de opvangcrisis.”

Projectactiviteit in het azc in Leersum

Oproep aan burgemeesters voor structurele en kleinschalige asielopvang

De Werkgroep Kind in azc maakt zich ernstige zorgen over de kinderen die nu in de Nederlandse asielopvang verblijven. De werkgroep heeft een brief hierover naar alle burgemeesters in Nederland gestuurd met het dringende verzoek om met spoed een blijvende oplossing te vinden voor het tekort aan geschikte opvanglocaties.  In de brief geeft de Werkgroep aanwijzingen voor aanpassingen, zodat alle kinderen die asiel aanvragen in Nederland een veilige en stabiele opvangplek hebben.   

Door de lange wachttijden in de asielprocedure, een woningmarkt die op slot zit en bezuinigingen op het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), is er al tijden geen enkele rek meer in de opvang. Inmiddels wordt uitgeweken naar noodopvanglocaties en tenten voor asielzoekers die aankomen in Nederland – met name Afghaanse evacués en nareizende familieleden. Sinds begin oktober slapen grote groepen mensen, onder wie heel veel kinderen, op de grond of op stoelen. 

Er wordt volop gezocht naar extra noodopvanglocaties, maar ook de komende jaren zullen nog heel veel mensen op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Daarom zijn noodopvanglocaties hooguit een tijdelijke oplossing. 

Met deze brief aan alle burgemeesters wil de Werkgroep Kind in azc opnieuw laten zien dat de huidige situatie onhoudbaar is. Ook de gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om de opvang in lijn te brengen met het VN-kinderrechtenverdrag. De Werkgroep Kind in azc heeft hiervoor vijf uitgangspunten opgesteld: het realiseren van blijvende kleinschalige opvang, het ontwikkelen en uitvoeren van de Regionale Opvanglocaties, vroegtijdig betrekken van onderwijsinstanties, faciliteren van bewonersparticipatie, en meer aandacht voor opvang van alleenstaande kinderen. De Werkgroep Kind in azc roept alle burgemeesters op om deze punten een plek te geven in hun gemeentebeleid.

Zorgen over Afghaanse kinderen in Nederlandse noodopvang

De Werkgroep Kind in azc is bezorgd over de Afghaanse kinderen die als evacué naar Nederland zijn gekomen en nu in de noodopvang verblijven. De Nederlandse overheid weet niet precies om hoeveel of welke kinderen het gaat en het is de vraag of de noodopvanglocaties wel voldoende veilig en kindvriendelijk zijn.   

In de afgelopen weken zijn verschillende Afghaanse evacués in Nederland aangekomen, onder wie veel kinderen. Deze meereizende kinderen zijn extra kwetsbaar, maar desondanks zijn ze nog altijd niet geïdentificeerd of geregistreerd. Daardoor is ook onduidelijk wat er nodig is om de kinderen veilige en kindvriendelijke opvang te bieden. De Werkgroep vindt dat Nederland er alles aan moet doen om de veiligheid van de kinderen in de noodopvang te waarborgen en verdere psychische en ontwikkelschade te voorkomen.

De Afghaanse evacués verblijven in grootschalige noodopvanglocaties: tijdelijke woonvoorzieningen met weinig daglicht, privacy en gebrek aan speelruimte. Werkgroep Kind in azc maakt zich zorgen over de gevolgen van deze situatie voor kinderen. Arja Oomkens, coördinator van de Werkgroep Kind in azc: ‘Deze kinderen komen uit een angstige situatie in Afghanistan. Ze moeten in Nederland veilig kunnen wonen en de zorg en begeleiding krijgen die ze zo hard nodig hebben. Ook moeten zij snel onderwijs kunnen volgen. Het is belangrijk dat de belangen van kinderen voorop staan bij het realiseren van de noodopvang en erna. De veiligheid moet voldoende zijn gewaarborgd.’  

De Werkgroep vindt een kindvriendelijke en veilige asielopvang juist nu urgent en van cruciaal belang en heeft daarom een brief gestuurd aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. In de brief zijn voorwaarden geformuleerd die er voor moeten zorgen dat de noodopvanglocaties kindvriendelijk en veilig zijn en perspectief bieden op reguliere opvang. De werkgroep baseert zich daarbij op de Monitor Leefomstandigheden van kinderen in de asielopvang. Onder de voorwaarden horen onder meer een deugdelijke administratie en registratie van kinderen, toegang tot de juiste medische en mentale zorg, spoedige doorstroom naar reguliere opvang, snelle toegang tot onderwijs en een kindvriendelijke leefomgeving.  

De Werkgroep Kind in azc verzoekt demissionair staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, Ankie Broekers-Knol, om de aanbevelingen voor een kindvriendelijke opvang over te nemen en zo snel mogelijk in praktijk te brengen. 

Overhandiging monitorrapport ‘Leefomstandigheden van kinderen in de asielopvang’

Op 18 mei 2021 is namens de Werkgroep Kind in azc het nieuwe monitorrapport ‘leefomstandigheden van kinderen in de asielopvang’ overhandigd aan Bart-Jan ter Heerdt, directeur Migratiebeleid bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Tijdens de overhandiging op het azc in Leersum werden de conclusies en aanbevelingen uit het monitorrapport toegelicht door Arja Oomkens, coördinator van de Werkgroep Kind in azc en Maryam, ervaringsdeskundig onderzoeker. Ter Heerdt kreeg in totaal 52 aanbevelingen overhandigd gericht op het creëren van een veilige en stabiele leefomgeving voor kinderen. 

Overhandingingsmoment monitorrapport ‘Leefomstandigheden van kinderen in de asielopvang’
v.l.n.r. Maryam, Arja Oomkens en Bart-Jan ter Heerdt.

Het nieuwe monitorrapport is een vervolg op een eerder grootschalig onderzoek (2018) van de Werkgroep Kind in azc. De Werkgroep droeg destijds 92 aanbevelingen aan waar het Ministerie van J&V en het COA voortvarend mee aan de slag zijn gegaan. Toch kreeg de Werkgroep signalen dat er nog veel schort aan de asielopvang.

De Werkgroep vond het daarom nodig om deze signalen in kaart te brengen in een nieuw monitorrapport en sprak daarvoor met tweeëntwintig kinderen (6-11 jaar), negenentwintig jongeren (12-17 jaar) en tweeëntwintig ouders in drie asielzoekerscentra en een gezinslocatie. Ook zijn negenentwintig COA contactpersonen kind gevraagd om inzicht te bieden in de signalen die zij krijgen vanuit de locaties.

Wat het onderzoek aantoont is dat kinderen in de asielopvang zich nog te vaak onveilig voelen, met name vanwege:

  • Een gevoel van onveiligheid door een gebrek aan privacy (alleenstaanden en gezinnen wonen in de opvang door elkaar en delen voorzieningen zoals een douche, toilet en keuken).
  • Het gebrek aan een toegankelijk vertrouwenspersoon waar kinderen terecht kunnen met hun zorgen.
  • Onverwachte en veelvoudige verhuizingen naar een andere opvanglocatie. Dit werkt ontwrichtend en staat de continuïteit van het onderwijs en de zorg in de weg.
  • Constante stress in gezinslocaties vanwege mogelijke detentie en uitzetting, van kinderen zelf en van vriendjes.

Maryam, ervaringsdeskundige die in haar rol als onderzoeker vele kinderen gesproken heeft, was ook aanwezig tijdens het overhandigingsmoment. Het meest zorgelijk vindt zij dat kinderen en ouders hun gevoelens van onveiligheid vaak niet uiten aan medewerkers van het COA.

‘’Zorgen kunnen bewoners kwijt bij de infobalie. Aangezien de infobalie beperkt open is, staat er vaak een rij mensen te wachten. Mensen hebben dus geen privacy en besluiten hun zorgen voor zich te houden.’’

Maryam (ervaringsdeskundig onderzoeker)

Maryam benadrukt hiermee het belang van een toegankelijk vertrouwenspersoon op azc’s waar kinderen naar toe kunnen met hun vragen en problemen.

Ter Heerdt, Directeur Migratiebeleid bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid, moedigt de kritische kijk vanuit de belevingswereld van kinderen en hun familie in de opvang aan.

”Terugdenkend aan het vorige rapport, hebben we er echt heel veel aan gehad. Het is belangrijk dat we signalen krijgen van de mensen voor wie we het doen. We zitten in een toren in Den Haag en dan is het soms makkelijk om te vergeten dat het echt om kinderen met een gezicht gaat.”

Bart-Jan Ter heerdt (Directeur Migratiebeleid bij het ministerie van J&V)

Met name het gevoel van onveiligheid onder kinderen in de opvang gaat Ter Heerdt aan het hart.

”Kinderen die zich niet veilig voelen, dat is niet oké. Vaak zijn het kinderen die onveilige situaties ontvlucht zijn en hoe dan ook is die reis ontwrichtend geweest, dus dan moet je hier tot rust kunnen komen en je veilig voelen.”

bart-jan TER HEERDT (DIRECTEUR MIGRATIEBELEID BIJ HET MINISTERIE VAN J&V)

De Werkgroep Kind in azc heeft de overheid opgeroepen om de komende tijd samen met het COA hard aan de slag te gaan met de aanbevelingen uit het rapport om er voor te zorgen dat de asielopvang een veilige plek is voor opgroeiende kinderen.

Meer over de rapportage en de overhandiging van het rapport is hier te lezen, zien en te horen: In de media – Kind in azc (kind-in-azc.nl)

Asielopvang voelt onvoldoende veilig voor kinderen

Ondanks een aantal verbeteringen die de afgelopen jaren door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) zijn doorgevoerd, zijn er signalen dat kinderen zich niet veilig voelen in de Nederlandse asielopvang. Ze ervaren constante stress en hebben geen toegankelijk vertrouwenspersoon waar zij terecht kunnen met hun zorgen. Ook het steeds onverwachts verhuizen naar een andere opvanglocatie is nog altijd een probleem. Dit blijkt uit het eerste monitorrapport ‘leefomstandigheden van kinderen in de asielopvang’, dat de Werkgroep Kind in azc vandaag publiceert.

© TeamUp, fotograaf Debra Barroud

Het monitorrapport biedt inzicht in de leefomstandigheden van tweeëntwintig kinderen (zes-elf jaar), negenentwintig jongeren (twaalf-zeventien jaar) en tweeëntwintig ouders in drie asielzoekerscentra en een gezinslocatie in Nederland. Ook zijn negentwintig COA contactpersonen kind (CPK) gevraagd om inzicht te bieden in de signalen die zij krijgen vanuit de locaties. Het monitorrapport telt in totaal 52 aanbevelingen en wordt vandaag overhandigd aan Bart-Jan ter Heerdt, directeur Migratiebeleid bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Gevoelens van onveiligheid door gebrek aan privacy
Gebrek aan privacy komt als groot probleem naar voren in de monitor en zorgt ervoor dat ouders en kinderen zich onveilig kunnen voelen op een azc. Families en alleenstaanden wonen door elkaar heen in één gebouw en delen de voorzieningen, met regelmatig geluidsoverlast, onderlinge spanningen en incidenten tussen bewoners tot gevolg. Op gezinslocaties ervaren kinderen daarnaast constante stress vanwege de dreigende detentie en uitzetting, van zichzelf en van hun vriendjes. “Kinderen krijgen alles mee”, zegt Arja Oomkens, coördinator van Werkgroep Kind in azc, “ook zaken die helemaal niet voor hun ogen en oren bedoeld zijn. Ze hebben geen kans om kind te zijn.”

Geen vast aanspreekpunt
Uit de monitor blijkt ook dat ouders en kinderen hun zorgen en gevoelens van onveiligheid vaak niet uiten aan medewerkers van het COA. “Dat is logisch te verklaren”, zegt Maryam, die voorheen zelf op een azc woonde en als ervaringsdeskundig onderzoeker betrokken is bij het onderzoek:

“Als bewoner op een azc heb je het gevoel dat alles wat je zegt, tegen je gebruikt kan worden in de asielprocedure. Kinderen durven ook niet zomaar op COA-medewerkers af te stappen om hun verhaal te doen, waardoor ze het maar voor zich houden. Daarbij komt nog dat kinderen zich niet altijd gehoord en serieus genomen voelen, als ze hun verhaal wél besluiten te doen bij een COA-medewerker” (Maryam, ervaringsdeskundig onderzoeker).

Volgens het COA zijn alle medewerkers aanspreekpunt, en zijn er diverse medewerkers actief in de rol van CPK. Zij zijn verantwoordelijk voor de coördinatie van het activiteitenaanbod op de opvanglocatie en hebben een ‘overall view’ op het welzijn en de veiligheid van kinderen. Uit de monitor blijkt echter dat de rol van CPK’s nog onvoldoende verankerd is in de verschillende opvanglocaties.

Signalen van kindermishandeling en huiselijk geweld
Kinderen zijn door de grootschaligheid van sommige opvanglocaties en de coronabeperkingen van het afgelopen jaar minder goed in beeld bij COA-medewerkers. Hierdoor kunnen zij signalen van mishandeling of geweld minder snel oppikken. Oomkens: “We vinden het zorgelijk dat kinderen uit beeld kunnen raken. Dit moet snel opgelost worden. Ook moet het gemakkelijker worden voor kinderen om zelf melding te maken van bijvoorbeeld mishandeling of geweld. Een kind in Nederland heeft volgens het VN-Kinderrechtenverdrag het recht om veilig op te groeien, ook tijdens het verblijf in een azc. Zij hebben een vertrouwenspersoon nodig, waar ze altijd bij terecht kunnen.”

Tekening van een van de geïnterviewde kinderen

Stress door onverwachts verhuizen
De monitor toont daarnaast dat de veelbesproken verhuizingen van minderjarige asielzoekers nog altijd niet zijn opgelost. Uit data van het ministerie van Justitie en Veiligheid blijkt dat kinderen in 2019 en 2020 tijdens de asielprocedure gemiddeld één keer verhuisden naar een andere opvanglocatie. Maar ook dat er nog altijd uitschieters bestaan van kinderen die drie, vier of vijf keer verhuisden. Hiermee is het voornemen uit het Regeerakkoord van 2017 om verhuisbewegingen zo veel mogelijk te beperken nog niet voor alle kinderen behaald.

“Steeds onverwachts moeten verhuizen leidt tot veel stress en slechte continuïteit van onderwijs en gezondheidszorg. Het werkt daarnaast ontwrichtend en zorgt ervoor dat kinderen zich moeilijk kunnen hechten. De veilige basis ontbreekt” (Arja Oomkens, coördinator Werkgroep Kind in azc).

© VluchtelingenWerk Nederland (Time4You), fotograaf Daniel van de Wetering

Verdere verbeteringen noodzakelijk
In 2018 publiceerde Kind in azc al een omvangrijk rapport naar de leefomstandigheden in azc’s. Hier kwamen toen 92 aanbevelingen uit, waarmee het COA voortvarend aan de slag is gegaan. Zo is de fysieke leefomgeving, het activiteitenaanbod en de kindvriendelijke voorlichting over de asielprocedure verbeterd en is de rol van CPK’s verstevigd. COA-medewerkers hebben daarnaast in het afgelopen jaar – tijdens de coronapandemie – extra aandacht besteed aan kwetsbare kinderen en veel geïnvesteerd om de continuïteit van jeugdgezondheidszorg te waarborgen. Desondanks krijgt de Werkgroep Kind in azc nog altijd signalen dat er veel schort aan de leefomstandigheden in de asielopvang voor kinderen.

“Met dit rapport maken we dat inzichtelijk en geven we de nieuwe regering handreikingen mee, waaronder het betrekken van een vertrouwenspersoon voor kinderen en ouders, het beperken van verhuizingen en vervolgonderzoek naar het verband tussen privacy en veiligheid. Op deze manier kan een veiligere basis voor kinderen in de asielopvang worden gecreëerd, zodat kinderen zich op een gezonde manier kunnen ontwikkelen en de ruimte hebben om kind te zijn” (Arja Oomkens, coördinator Werkgroep Kind in azc).

Minder psychische zorg voor asielzoekers dan voor andere Nederlanders

In een artikel van Vrij Nederland worden zorgen uitgesproken over de toegang tot psychische zorg voor asielzoekers. Het is onduidelijk hoeveel asielzoekers precies gebruik maken van psychische hulp, maar uit onderzoek naar leefomstandigheden van kinderen in asielzoekerscentra, dat de Werkgroep in 2018 deed, blijkt dat het slechts om een beperkte groep gaat en sterk afhangt van de locatie.

Uit het artikel:

Helen Schuurmans, voorzitter van de Werkgroep ‘Kind in azc’: ‘Ik krijg het idee dat de kwaliteit van zorg sterk afhangt van de aandacht die medewerkers op verschillende plekken toevallig voor de materie hebben. Asielzoekerscentra zitten weggestopt aan de rand van gemeenten, je loopt daar niet even naar binnen om te kijken hoe het gaat. En mensen die er wonen weten vaak niet goed waar ze recht op hebben of hoe ze die rechten kunnen afdwingen.’

TeamUp is één van de psychosociale programma’s die voor kinderen het verschil kunnen maken: ‘Je kan denken: trefbal, pff. Wat is dat nou voor iets simpels,’ stelt Jordans. ‘Maar achter alle spellen in het programma zit een idee.’ Trauma hangt samen met controleverlies, bijvoorbeeld als je machteloos wacht op een levensteken van je ouders. ‘Lichamelijk bezig zijn, beweging initiëren en stoppen, is een manier om controle en autonomie te ervaren, dat draagt bij aan herstel.’

De stimulans om de zorgkosten laag te houden, in combinatie met de gesloten aard van asielzoekerscentra, vraagt om gedegen toezicht op de kwaliteit van zorg. Maar dat ontbreekt. Het toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) bestaat uit een halfjaarlijks gesprek met medewerkers van Arts en Zorg. Onderzoek op azc’s doet IGJ alleen naar aanleiding van concrete meldingen.

Als Jongedijk, psychiater en directeur van ARQ Centrum’45, gespecialiseerd in traumabehandeling,  iets zou mogen veranderen in de zorg voor asielzoekers, dan zou hij inzetten op het proactief opsporen van problemen in een zo vroeg mogelijk stadium. Asielzoekers bij aankomst screenen op depressie en posttraumatisch stresssyndroom. En dan na een paar weken nog eens. ‘Je wilt niet medicaliseren of problematiseren, dus niet bij de eerste test met therapie beginnen. Maar als klachten aanhouden, moet je zo snel mogelijk ingrijpen. Daar is veel ellende mee te voorkomen, ook in maatschappelijk opzicht.’

Hoe eerder een behandeling start, hoe groter de kans op succes. ‘Zo voorkom je dat mensen chronische klachten ontwikkelen, verdovende middelen gaan gebruiken of zichzelf iets aandoen. Voor de meeste mensen is er niet veel nodig. Laagdrempelige psycho-educatie en lichamelijke oefeningen die gericht zijn op ontspanning zijn meestal voldoende.’ Het artikel van Vrij Nederland lees je hier.

Het artikel van Vrij Nederland lees je hier.

Zorgen om niet-begeleide kinderen in Griekse vluchtelingenkampen

De leden van de Werkgroep Kind in azc ontvangen veel vragen over de meer dan 5200 niet-begeleide kinderen die in slechte omstandigheden in de Griekse kampen verblijven. Gezien de wereldwijde ontwikkelingen als gevolg van COVID-19 hebben, nu meer dan ooit, niet-begeleide kinderen op de Egeïsche eilanden hulp nodig. Onder hen staan meer dan 1600 bloot aan ernstige risico’s, waaronder uitbuiting en geweld. Zij zitten in slechte omstandigheden in overvolle opvang- en identificatiecentra.

Griekenland riep de lidstaten van de Europese Unie op om kinderen over te nemen die zonder familie vastzitten in de overvolle vluchtelingenkampen. Inmiddels hebben elf Europese landen, waaronder België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Finland, aangeboden dit te doen. Ondertussen houdt de regering van Nederland voet bij stuk en wil geen kinderen opnemen.

De Werkgroep Kind in azc zet zich in eerste plaats in voor kinderen in azc’s in Nederland. Wél pleiten leden van de Werkgroep individueel voor herplaatsing van de betreffende groep kwetsbare kinderen. Vluchtelingenwerk Nederland, Defence for Children, Safe the Children en UNICEF Nederland riepen het Kabinet zo herhaaldelijk op om zich solidair te tonen en kinderen over te nemen, waaronder in een oproep in de NRC.

Voor meer informatie over het standpunt van de Werkgroepleden vind je hier:

Vraag aan Staatssecretaris: Prioriteit voor kinderen bij overplaatsing uit Zoutkamp en goed afstandsonderwijs op azc’s

De noodonderdaklocatie in Zoutkamp is niet geschikt voor kinderen. Hun bewegingsvrijheid is strikt beperkt tot het met hoge hekken omgeven terrein, wat in feite detentie is. Bovendien ligt de kazerne in een grimmige, militaire omgeving, hetgeen niet goed is voor kinderen die uit oorlogsomstandigheden komen. De Staatssecretaris erkent dat de locatie niet in alle opzichten voldoet aan de opvangrichtlijn voor kwetsbare groepen. Daarom stuurde de Werkgroep Kind in azc de staatssecretaris vandaag een brief met de vraag kinderen prioriteit te geven bij overplaatsing naar Ter Apel.

Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie

Daarnaast benadrukt de Werkgroep Kind in azc het belang van goede WIFI en voldoende devices voor kinderen in azc’s, zodat zij ook nu de scholen gesloten zijn hun huiswerk kunnen maken. Op 17 april beloofde de Staatssecretaris dat de WIFI problemen in de derde week van april opgelost zouden zijn. Om de vinger aan de pols te houden, vroeg  de Werkgroep op 21 april aan scholen hoe het er nu voor staat. Helaas geeft één derde van de 45 scholen die reageerden aan dat de WIFI nog niet voldoende werkt en op verschillende scholen hebben nog niet alle leerlingen een device om hun schoolwerk te maken.

Vooral door de enorme inspanning van leerkrachten en mentoren en de veelal goede samenwerking met het COA lijkt het er op dat in de meeste gevallen de scholen (bijna) alle leerlingen in beeld hebben. Toch hebben sommige scholen ook aangegeven zich ernstige zorgen te maken over sommige leerlingen omdat bijvoorbeeld hun dag- en nachtritme is verstoord.  Daarnaast zijn er zorgen over kinderen die überhaupt niet aan het onderwijs deel kunnen nemen in verband met bijvoorbeeld een recente verhuizing. Dit geeft eens te meer aan dat de veelvuldige verhuizingen van kinderen een negatieve impact hebben op kinderen, juist ook in deze zware tijden.

De werkgroep deelde de resultaten van de inventarisatie met het ministerie van JenV, het COA en de Tweede Kamer. Zo kan direct actie ondernomen worden waar dat nodig is.

De brief aan de Staatssecretaris (29-04-2020) vind je hier. Graag onvangen wij signalen van locaties waar de WIFI problemen inmiddels opgelost zijn of waar ook problemen met WIFI zijn.



COVID-19 informatie in 26 talen

Het IOM heeft informatie over COVID-19 in 26 talen beschikbaar gesteld. De brochure vind je hier.

« Oudere berichten

© 2022 Kind in azc

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑