Auteur: Werkgroep Kind in azc (page 1 of 2)

Situatie kinderen in azc’s zeer zorgwekkend door tweede lockdown

Het gaat niet goed met kinderen in azc’s, blijkt uit een screening van Werkgroep Kind in azc. Door de tweede lockdown zijn vrijwel alle activiteiten voor hen gestopt en kunnen veel kinderen geen online onderwijs volgen. Morgen wordt een motie over het onderwerp behandeld in de Tweede Kamer.

‘Dit zijn hele kwetsbare kinderen die in de strijd tegen corona uit beeld dreigen te raken, terwijl ze juist nu extra aandacht nodig hebben,’ zegt Esther Zielhuis, coördinator van Kind in azc.

Om een idee te krijgen hoe kinderen in azc’s worden geraakt door het coronabeleid, is een online vragenlijst uitgezet. Een ruime meerderheid (52 procent) van de respondenten geeft aan dat voor deze kinderen onmogelijk is om online lessen te volgen of schoolwerk te maken door slechte wifi in het azc. Ook zegt bijna de helft (43 procent) dat er geen laptops of tablets voor digitaal onderwijs aanwezig zijn. De uitkomst is te lezen in het rapport  De impact van corona op kinderen in azc’s. 


© Kind in azc / Petra Katanic 2020

Somber beeld

Behalve problemen rond onderwijs, geeft de steekproef een somber beeld van de impact van de coronamaatregelen op deze kwetsbare kinderen. Door het wegvallen van school en andere activiteiten verliezen ze hun sociale contacten wat zorgt voor vereenzaming en isolatie. Ook nemen stress en neerslachtigheid toe omdat hun toekomst nog onzekerder is dan voor corona en ze weinig begrijpen van de coronamaatregelen. Dat komt ook door hun taalachterstand, die door het uitblijven van onderwijs alleen maar verergert.   

Waar tijdens de eerste lockdown al signalen waren dat kinderen in azc’s uit beeld raakten, is de angst hiervoor inmiddels nog groter, zo blijkt uit de steekproef. De toegenomen stress van ouders, verveling, gebrek aan privacy en de hele dag met het gezin in een kleine ruimte opgesloten zitten, zorgt ervoor dat de situatie voor kinderen onveilig wordt. Organisaties die deze signalen normaal gesproken kunnen opvangen, hebben door de coronamaatregelen minder toegang tot deze gezinnen. Problemen binnen het gezin komen minder snel aan het licht omdat er nauwelijks contact is met de buitenwereld.

Oproep

De Werkgroep Kind in azc wil dat de overheid en het COA hun verantwoordelijkheid nemen om alle asielzoekerscentra structureel van goed werkende wifiverbindingen te voorzien, voor nu en in de toekomst. ‘De staatssecretaris belooft al sinds april vorig jaar beterschap, maar ondertussen worden deze kinderen gewoon aan hun lot overgelaten,’ zegt Zielhuis. Ook roept de Werkgroep het kabinet op te zorgen voor voldoende apparaten om online onderwijs te kunnen volgen en meer begeleiding en aandacht te creëren voor kwetsbare kinderen. Aanstaande dinsdag wordt ook een motie over het onderwerp behandeld in de Tweede Kamer. ‘Deze kinderen hebben al zoveel meegemaakt, in het land van herkomst en gedurende hun vlucht, het minste wat je kunt doen is ervoor zorgen dat ze tijdens en na de lockdown toegang hebben tot onderwijs en goede begeleiding. Wegkijken is geen optie meer,’ aldus Zielhuis.   

26.000 gezichten – 15 jaar later

In 2005 verscheen de portrettenserie 26.000 gezichten. Dit project van de gelijknamige stichting, had als doel om om uitgeprobeerde asielzoekers, die binnen drie jaar terug zouden moeten naar hun land van herkomst, op televisie een gezicht te geven. 99 (documentaire- en drama) filmregisseurs maakten korte filmische portretten van een tot vijf minuten waarvan er gedurende 3 jaar 750 van werden uitgezonden. Deze termijn van 3 jaar werd gekozen omdat dat de termijn is waarop alle uitzettingen moesten plaatsvinden volgens de toenmalige minister van vreemdelingenzaken en integratie.

Nu, twintig jaar later, hebben de makers een vervolg gemaakt: 26.000 Gezichten – 15 jaar later. Aanleiding is de slechte rechtspositie van minderjarige asielzoekers. Met de website 26000gezichten.com en daarop getoond negen nieuwe films, wil 26.000 Gezichten dit keer specifiek aandacht vragen voor de lange wachttijden in asielprocedures, waardoor kinderen en jongeren lang in onzekerheid blijven. Zij wortelen wel in Nederland, gaan hier naar school en integreren. Deze lange onzekerheid geeft veel angst en stress, waardoor de sociale en emotionele ontwikkeling van deze kinderen volgens vele deskundigen wordt geschaad. Deze zorg is al jaren een van onze belangrijkste lobbypunten. In de negen nieuwe films is gekeken hoe het nu met kinderen uit de oorspronkelijke korte portretten gaat. Deze verhalen zijn stuk voor stuk getuigenissen van de enorme veerkracht die kinderen hebben. De verhalen vormen krachtige rolmodellen voor kinderen die anno nu in AZC’s op een besluit wachten over de asielaanvraag van hun ouders.

Om dit probleem in de publieke aandacht te brengen hebben de initiatiefnemers van 15 jaar terug besloten een nieuwe serie films te maken: 26.000 Gezichten, 15 jaar later. Vier van deze films werden eind 2020 uitgezonden en zijn hier terug te zien. In deze nieuwe portretten vertellen kinderen uit films van destijds hoe hun leven sindsdien is gelopen, wat ze heeft geholpen, wat ze moeilijk hebben gevonden. Zij blikken terug op hun kindertijd in de asielzoekerscentra of op het leven van hun gezin als illegalen. Wat hen bindt is de enorme veerkracht die zij vertonen, de motivatie nu iets van hun leven te maken en een aanwinst te vormen voor de samenleving die hen uiteindelijk bescherming heeft geboden en een nieuw thuis heeft geschonken.

Laith verhuisde 6 keer in 2,5 jaar

Het jeugdjournaal deelde onlangs een artikel over Laith, die vertelt dat hij na 2,5 jaar weet dat hij in Nederland mag blijven. In die 2,5 jaar is Laith naar eigen zegen 6 of 7 keer verhuisd. Het artikel dat bij onderstaande video hoort, lees u hier.


De Werkgroep pleit al jaren voor minder verhuisbewegingen
In het rapport over de leefomstandigheden van kinderen in azc’s uit 2018 wordt het vele verhuizen genoemd als één van de fundamentele knelpunten. Met een aantal aanbevelingen probeert de werkgroep de verhuizingen omlaag te krijgen. Hier leest u onze zorgen en standpunten wat betreft verhuizingen.

De voordelen van het stoppen van verhuizingen zijn groot, zowel voor de kinderen als voor de Nederlandse samenleving. Er komt continuïteit in het leven van de kinderen omdat de opvang, school en gezondheidszorg hetzelfde blijven. De kinderen kunnen vriendjes en vriendinnetjes maken, zich hechten en weer kind zijn. Het draagvlak in de gemeenten wordt vergroot en er zijn geen kosten meer die gepaard gaan met het vele verhuizen. De kinderen kunnen eerder gebruik maken van de reguliere voorzieningen in gemeenten in plaats van (dure) specifieke voorzieningen en inzet van personeel op de centra. 

Kleine vooruitgang
In de meerjarenstrategie van het COA voor 2020-2025 zijn “beperken van verhuisbewegingen bewoners” en “stabiliteit minderjarige bewoners” als doelstellingen opgenomen als resultaat van de lobby van de Werkgroep.  In de Rapportage Vreemdelingen Keten over de eerste helft van 2020 wordt nu voor het eerst bijgehouden hoe vaak per kind verhuisd wordt. Dit is het bescheiden resultaat van onze lobby over het tegengaan van verhuizingen, en maakt het aantal verhuisbeweging een stuk transparanter.

Nieuwkomerskinderen presteren beter door sport- en spelactiviteiten op school

Kinderen die net in Nederland zijn, presteren beter als op school structureel aandacht wordt besteed aan hun sociaal-emotioneel welzijn. Dit blijkt uit een extern evaluatierapport van TeamUp op School, een programma van War Child, Save the Children en UNICEF Nederland. Met sport- en spelactiviteiten bevordert TeamUp de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. De organisaties vinden het belangrijk dat er meer aandacht komt voor sociaal-emotioneel leren binnen het nieuwkomersonderwijs.

Foto uit evaluatierapport

Na een moeilijke en angstige tijd in hun land van herkomst, krijgen kinderen in Nederland te maken met nieuwe stressfactoren zoals de asielprocedure, een nieuwe cultuur en een klas vol leeftijdsgenoten die ze niet kunnen verstaan. Veel kinderen hebben traumatische gebeurtenissen meegemaakt. Tijdens de TeamUp-activiteiten leren kinderen van zes tot twaalf jaar hoe ze met hun gevoel moeten omgaan.

Gedrag
“Vaak kunnen we in het gedrag van kinderen terugzien welke bagage ze achter zich aanslepen”, legt leerkracht Cora Cijvat uit. Cora werkt op een taalschool in Tilburg. “Soms zijn ze heel boos, gestrest of ze kunnen hun emoties niet uiten.” Het is belangrijk dat daar aandacht aan wordt besteed. “Ruimte in je hoofd is nodig om te kunnen leren en ontwikkelen.”

Taal is ondergeschikt
Daarom doet Cora elke week TeamUp-activiteiten met de kinderen in haar klas. “Taal is hierbij ondergeschikt; emoties tonen, plezier maken en bewegen staan voorop.” Volgens Cora voelen kinderen zich tijdens de activiteiten veilig en kunnen ze echt zichzelf zijn. “Je ziet kinderen tot rust komen, opbloeien en er ontstaat een groepsgevoel.”

Hoe werkt dat dan?
Een veelvoorkomende activiteit bij TeamUp is ‘spiegelen’, waarbij een tweetal elkaars bewegingen nauwkeurig moet volgen. Zo leren kinderen te luisteren zonder te praten, zichzelf aan te passen aan de ander en om de beurt leider te zijn. En bij ‘trefbal’ leren ze samenwerken in een team en op een gezonde manier omgaan met frustratie. Allemaal vaardigheden die kinderen in het dagelijks leven goed kunnen gebruiken.

Evaluatieonderzoek
Onlangs heeft TeamUp op School een evaluatieonderzoek uitgevoerd. Uit interviews met 50 deelnemende kinderen is gebleken dat de TeamUp onder andere helpt bij het aangaan van sociale verbindingen, het krijgen van meer energie en als uitlaatklep voor stress. Daarnaast wordt de rolwisseling van leerkracht naar iemand die meedoet met de activiteiten door de kinderen erg gewaardeerd. Volgens de onderzoekers leidt het structureel aandacht besteden aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen tot hogere schoolresultaten en een betere mentale gezondheid. Lees hier de samenvatting van Evaluatie TeamUp op School. Of bekijk de infographic voor de belangrijkste resultaten.

Tweede Kamer, zo kunnen we de asielopvang van kinderen verbeteren!

12 juni 2018

Tien heldere punten om de opvang van kinderen in azc’s te verbeteren: de Tweede Kamer krijgt die vandaag aangeboden in een manifest van de Werkgroep Kind in azc.

Paul van Meenen, voorzitter van de vaste Kamercommissie Justitie en Veiligheid, ontvangt het manifest uit handen van Roxana Mirzarbandi (werkte als onderzoeksassistent mee aan het onderzoek) en Helen Schuurmans (coördinator Werkgroep Kind in azc).
© UNICEF/D.Hol

De asielopvang van kinderen kan en moet beter: dat is de oproep van de Werkgroep Kind in azc aan de politiek. In een manifest stelt de Werkgroep tien heldere verbeterpunten voor. Dat manifest wordt vandaag aangeboden aan de Tweede Kamer.

Onder de maat
‘Uit onderzoek blijkt dat de situatie van kinderen in asielzoekerscentra onder de maat is,’ zegt Helen Schuurmans, coördinator van de Werkgroep Kind in azc en kinderrechtendeskundige van UNICEF. ‘Gezinnen hebben bijvoorbeeld niet genoeg privacy, ze moeten te vaak verhuizen en kinderen krijgen te weinig hulp bij het verwerken van traumatische ervaringen. Bovendien worden niet alle kinderen in de asielopvang gelijk behandeld. Dit moet en kan beter.’

Verbetering voor kinderen
Paul van Meenen neemt als voorzitter van de vaste Kamercommissie Justitie en Veiligheid het manifest in ontvangst. In het manifest pleit de Werkgroep voor snelle stappen om de levens van kinderen in asielzoekerscentra te verbeteren. Precies op tijd, want woensdag spreekt de Tweede Kamer over bestaande plannen om de asielopvang kleinschaliger en flexibeler te maken. ‘Als politici en beleidsmakers onze tien aanbevelingen meenemen in die plannen, worden de veranderingen ook écht verbeteringen voor kinderen,’ aldus Helen. ‘Daarvoor is de politieke wil nodig het belang van kinderen voorop te stellen. Als we dat dan doen, maken we vanzelf andere keuzes. Keuzes die de asielopvang daadwerkelijk kindvriendelijker maken.’

Manifest ‘Dit moet beter!’
Zó kunnen we de asielopvang van kinderen verbeteren:

·         Geef families eigen woonruimte

·         Stop gedwongen verhuizingen

·         Meer veiligheid, met name voor meisjes

·         Activiteiten voor elke leeftijd

·         Alle kinderen passend onderwijs

·         Verbeter de toegang tot gezondheidszorg

·         Kindvriendelijke voorlichting over de asielprocedure

·         Iedere locatie een vertrouwenspersoon voor kinderen

·         Iedere locatie een medewerker verantwoordelijk voor kinderwelzijn

·         Sluit de gezinslocaties en geef uitgeprocedeerde kinderen goede opvang

 

Lees het hele manifest hier!

Kinderen in azc Wenckebachweg moeten een structurele
woonplek krijgen

Afgelopen dinsdag publiceerde Het Parool over het besluit dat alle bewoners van het azc aan de Wenckebachweg per 1 januari verhuisd moeten zijn, omdat de locatie dan gaat sluiten. Probleem is dat deze mensen, die tijdens hun asielprocedure al op meerdere opvangplekken zaten, wéér naar een tijdelijke locatie gaan. Met name voor de zeventig kinderen, extra kwetsbaar door hun lange en vaak traumatische reis, is een stabiele omgeving van belang, zegt Helen Schuurmans van de Werkgroep Kind in azc. Er moet voor hen een structurele woonplek komen.

Veelvuldig verhuizen tijdens de asielprocedure is nog altijd standaard praktijk in het Nederlandse opvangsysteem. Al sinds een groot onderzoek uit 2009, waaruit bleek dat kinderen gedurende hun asielprocedure soms wel tien keer werden overgeplaatst, heeft de Werkgroep Kind in azc vaak om verandering gevraagd van het systeem. Steeds noemt de politiek ‘goede redenen’ waarom het bij herhaling verhuizen van mensen echt niet anders kan. Lange tijd was het argument dat het aantal mensen dat in Nederland bescherming zoekt ongekend hoog was en dat alle zeilen bijgezet moesten worden. Dit argument gaat nu niet meer op. De kinderen aan de Wenckebachweg moeten het azc juist verlaten, omdat het gaat sluiten vanwege de afname van het aantal asielzoekers.

Het gaat aan de Wenckebachweg – de oude Bijlmerbajes – om ongeveer zeventig kinderen met hun ouder(s). Zij worden nu wéér gedwongen te verhuizen, naar opnieuw een tijdelijke locatie. Veel kinderen die hier wonen, zijn kwetsbaar door de traumatische ervaringen die zij hebben meegemaakt in hun land van herkomst of tijdens hun vlucht. Juist deze kinderen hebben een stabiele omgeving nodig. Het tegenovergestelde gebeurt; de kinderen worden door heel Nederland gesleept en het eindstation is voor de meesten nog niet in zicht. Terwijl uit onderzoek blijkt dat verhuizen schadelijk is voor de ontwikkeling van deze kinderen.

Nu al hebben de kinderen merkbaar last van alle onrust. Een van de vrijwillige activiteitenbegeleidsters op de locatie vertelt: “Afgelopen tijd waren de kinderen veel drukker. Je merkt dat ze licht ontvlambaar zijn en vaker ruzies ontstaan. Ook bij de kinderen die eerst heel rustig waren.”

Verhuizen heeft grote impact op de kinderen in het azc. Naast vrienden raken kinderen ook andere vertrouwde mensen in hun omgeving kwijt: de juf, de dokter, de vrijwilligers in het centrum. Maar het gaat niet alleen om sociale contacten die stokken. Het schooljaar van kinderen wordt onderbroken, soms meerdere malen, medische behandelingen worden stopgezet, verwerking van trauma’s lukt maar beperkt en echte integratie komt niet op gang. Sommige kinderen ontwikkelen door de vele verhuizingen zelfs psychische en psychosomatische stoornissen, die bovenop de stress komt van hun vlucht. Deze ervaringen kunnen pas een plek krijgen als kinderen zich veilig voelen in een stabiele omgeving.

Volgens het Kinderrechtenverdrag hebben alle kinderen in Nederland dezelfde rechten en dient bij alle maatregelen die kinderen betreffen het belang van het kind voorop te staan. Vluchtelingenkinderen zijn per definitie extra kwetsbaar. Zij zijn volledig afhankelijk van het land waar ze aankloppen voor bescherming.

Daarom roept de Werkgroep Kind in azc, een coalitie van kinderrechtenorganisaties, op om met een structurele woonplek te komen voor de kinderen aan de Wenckebachweg. En wel nú. Staatssecretaris Harbers is daar verantwoordelijk voor.

Gelukkig hebben beleidsmakers al enig begrip voor het probleem van het vele verhuizen. Tijdens de begrotingsbehandelingen, afgelopen donderdag (30 november) kondigde de staatssecretaris het programma ‘Flexibele Asielketen’ aan, waarvan ‘het zoveel mogelijk voorkomen van onnodige verhuisbewegingen onderdeel uitmaakt’. Dat is geweldig nieuws en, mits goed uitgewerkt, een stap in de goede richting om de problemen voor kinderen te beperken. Alleen is dit plan pas in het voorjaar gereed. Te laat voor de kinderen in het azc aan de Wenckebackweg, die dan misschien alweer aan hun vólgende verhuizing toe zijn, omdat hun nieuwe woonlocatie ook weer van tijdelijke aard is.

Als het azc aan de Wenckebachweg open kan blijven tot de gezinnen die daar verblijven een huis hebben gekregen of tot hun asielaanvraag is afgewezen, is dat veel beter voor de kinderen. Als werkgroep vragen we het COA alles op alles te zetten om zo snel mogelijk te werken. En als er dan toch echt geen andere oplossing is dan voortijdig sluiten, laat dan in elk geval hun volgende locatie niet ook weer van tijdelijke aard zijn.

Informatiefilmpje voor
vluchtelingenkinderen over de
Kindertelefoon en Tell-me

De Kindertelefoon is er voor alle kinderen en jongeren van 8-18 jaar die in vertrouwen willen praten.  Dus ook voor vluchtelingenkinderen. Je kunt met ons bellen en chatten of een bericht plaatsen op de website.

In het nieuwe filmpje wordt uitgelegd hoe het werkt:

Als je met ons belt of chat, praat je met een speciaal getrainde Kindertelefoon-medewerker. Zij luisteren naar je. Op deze website kun je ook een bericht posten of zelf reageren op andere kinderen en jongeren.

Onderwijs voor kinderen op de
vlucht schiet te kort

Van alle kinderen op de vlucht krijgt maar de helft basisonderwijs en een kwart van de kinderen in de middelbare schoolleeftijd gaat naar school. Dat staat in het net gepubliceerde rapport UNICEF-rapport ‘Education Uprooted’.

Doa’a is gevlucht vanuit Raqqa en verblijft nu in een vluchtelingenkamp waar ze voor het eerst in vier jaar weer les krijgt. © UNICEF/UN075312/Souleiman

“Ik ben zo blij dat ik hier met andere kinderen kan leren, spelen en praten. We hebben allemaal dezelfde dingen meegemaakt”, zegt de 10-jarige Doa’a uit Raqqa. Zij doet haar verhaal in een Child Friendly Space in het Ain Issa kamp in Syrië. Het gezin van Doa ‘a wist het kamp na een vlucht van drie dagen per auto en te voet te bereiken. “Ik vond het heel erg om ons huis achter te laten, maar gelukkig ben ik nu hier”, zegt het jonge meisje, die nu voor het eerst in vier jaar weer les krijgt. In Syrië gaan momenteel 1,75 miljoen kinderen niet naar school en 1,35 miljoen kinderen lopen het risico school te moeten verlaten.

Innovatieve oplossingen

UNICEF pleit in het rapport ‘Education Uprooted’ voor innovatieve oplossingen om alle kinderen op de vlucht zo snel mogelijk mee te laten doen in het onderwijssysteem van het land waar ze verblijven. Wereldwijd én in Nederland. Helen Schuurmans, Kinderrechtendeskundige bij UNICEF Nederland: “Kinderen op de vlucht moeten veel barrières overwinnen om naar school te kunnen. Kinderen die bijvoorbeeld uit Syrië gevlucht zijn naar Jordanië of Libanon, komen aan in een nieuwe omgeving en moeten alle gebeurtenissen verwerken. Dat is al een grote opgave en dan moeten ze vaak ook werken om hun gezin te helpen overleven.”

Toekomstperspectief bieden

Het is cruciaal om deze kinderen toekomstperspectief te bieden en daarom werkt UNICEF er met partners aan om zo veel mogelijk kinderen naar school te laten gaan. Bovendien helpen we om barrières weg te nemen: door kinderbijslag en praktische oplossingen zoals transport naar school krijgen meer kinderen onderwijs.

Innovatieve oplossingen zijn dringend nodig om deze kwetsbare kinderen onderwijs te bieden. Onderwijs moet geïntegreerd worden in onder meer psychosociale hulp en taallessen. UNICEF pleit ook voor internationaal erkende certificaten zodat het onderwijs dat deze kinderen tijdens hun vlucht krijgen erkend wordt en ze minder achterstand oplopen.

Yasmin Akther (8) is Rohingya en uit Myanmar gevlucht. Ze krijgt nu les in een UNICEF-leercentrum in Bangladesh. © UNICEF/UN068432/Noorani

Asielzoekerskinderen in Nederland

“De uitdaging om kinderen snel en kwalitatief goed onderwijs te bieden, geldt ook in Nederland”, zegt Schuurmans. “Het is zo belangrijk dat deze kwetsbare kinderen hier zo snel mogelijk een normaal leven krijgen met onderwijs dat past bij hun capaciteiten. Kinderen in asielzoekerscentra in Nederland gaan meestal wel snel naar school, maar het systeem in Nederland is onvoldoende ingericht op de problemen waar ze tegenaan lopen. Zo worden kinderen in de asielperiode vaak gedwongen om (een aantal keer) te verhuizen, waardoor hun leerproces onderbroken wordt, kinderen opnieuw moeten wennen aan een nieuwe leerkracht, klasgenootjes en een nieuwe lesmethode.”

UNICEF Nederland pleit voor praktische oplossingen om het onderwijs voor kinderen in asielzoekerscentra in Nederland te verbeteren:

  1. Stop de voortdurende verhuizingen waardoor kinderen telkens van school moeten wisselen en nog meer achterstand oplopen.
  2. Geef de kinderen toegang tot voorschoolse voorzieningen.
  3. Neem kinderen in azc’s makkelijker op in gewone scholen.
  4. Bied taalschakelklassen in brede schoolgemeenschappen.
  5. Investeer in de deskundigheid van leraren zodat ze om leren gaan met de achtergrond van deze kinderen en ze psychosociale problemen en trauma’s kunnen herkennen.
  6. Laat elders behaalde diploma’s waarderen, zodat de aansluiting met het Nederlandse systeem makkelijker wordt.
  7. Ontwikkel betere lesmaterialen die aansluiten bij de specifieke noden van deze kinderen.

TeamUp voor kinderen en
jongeren in de opvang!

Op locatie

In de intentieverklaring is onder andere het voornemen genoemd dat TeamUp op verschillende COA-locaties activiteiten voor kinderen en jongeren mag organiseren, mits afgestemd met het management van de locatie. De ondertekenaars stimuleren dat per vestiging een overeenkomst wordt gesloten betreffende een passende samenwerking.

Samenwerking past bij COA-visie

Lid van het bestuur Janet Helder over de ondertekening: “Deze samenwerking past precies bij de visie die het COA heeft op de opvang en begeleiding. Steeds meer de samenwerking zoeken met partners, ook op onze azc’s. Extra mooi aan deze samenwerking is dat het hier gaat om kinderen en jongeren in de opvang. Elk initiatief dat bijdraagt aan een verbetering van het welbevinden van deze groep juichen wij zeer toe. ‘TeamUp’ heeft zijn meerwaarde al bewezen. Een uitbreiding op meer locaties is een goede ontwikkeling.”

Rol vrijwilligers belangrijk

Unitmanager Uitvoeringsprocessen Sjef Robroek van het COA: “Zoals Janet Helder ook zegt, we werken steeds meer samen met organisaties in ons netwerk. Een goed voorbeeld daarvan is deze intentieverklaring. TeamUp, de naam voor het samenwerkingsverband tussen War Child, Unicef en Save the Children verzorgt al op ruim tien van onze locaties spelactiviteiten voor kinderen. Door de subsidie van de Nederlandse Postcode loterij ontstaat de ruimte om dit uit te breiden naar meer locaties. De kracht van dit initiatief wordt voor een groot deel bepaald door de inzet van veel vrijwilligers en de lokale samenwerking op de locaties.”

Einde vele verhuizingen asielzoekerskinderen in zicht

15 februari 2017

Op Valentijnsdag heeft staatssecretaris Dijkhoff van Veiligheid en Justitie een motie overgenomen van de ChristenUnie. In het beleid wordt het uitgangspunt om gezinnen met kinderen in de asielprocedure waarvan de kinderen zijn begonnen met onderwijs, niet meer te verhuizen gedurende de periode dat zij in procedure zijn. Defence for Children is zeer verheugd over deze belangrijke stap om een einde te maken aan de vele verhuizingen.

Joël Voordewind van de ChristenUnie: “Ik ben blij dat de staatssecretaris eindelijk bereid is om de verhuizingen te stoppen wanneer kinderen naar school gaan. Ik hoop dat dit de kinderen eindelijk rust geeft zodat zij vrienden kunnen maken en zich veilig kunnen voelen.” De motie van de ChristenUnie werd ook onderschreven door GroenLinks, de SP en D66. Het hoefde niet tot een stemming te komen door alle politieke partijen omdat de staatssecretaris de motie overnam.

De Werkgroep Kind in azc pleit er al jaren voor om de verhuizingen te stoppen. Martine Goeman, jurist bij Defence for Children “Nederlandse kinderen verhuizen gemiddeld 1 keer in de 10 jaar. Kinderen in azc’s verhuizen gemiddeld 1 keer per jaar. Op onze Kinderrechtenhelpdesk horen wij van de kinderen hoe schadelijk dit is voor hun ontwikkeling. Eerder deze week werd al een klacht over een verhuizing gegrond verklaard door de Kinderombudsman. Het is een doorbraak dat nu eindelijk als uitgangspunt wordt genomen dat verhuizingen niet meer plaatsvinden. Dit is een hele mooie stap voor de kinderrechten.”

Klik hier voor het verslag van het Overleg Vreemdeling- en asielbeleid in de Tweede Kamer, d.d. 14 februari 2017.

« Oudere berichten

© 2021 Kind in azc

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑