front_gezinslocatiesSinds 2011 kent Nederland zogenaamde gezinslocaties: opvang van het COA voor uitgeprocedeerde gezinnen. Ze verschillen van azc’s, omdat het regime vrijheidsbeperkend is en de opvangvoorzieningen sober zijn.

Verontrustende signalen
De Werkgroep Kind in azc houdt de ontwikkeling en uitbreiding van de gezinslocaties sinds 2011 nauwlettend in de gaten. Na de start kreeg de werkgroep al snel verontrustende signalen. De meeste gezinnen die op deze locaties wonen, kampen met gezondheidsklachten, psychische problemen en stress. Kinderen gaan er weliswaar naar school, maar geven aan in voortdurende angst te leven. Ze zijn bang voor uitzetting, bang om te gaan slapen (omdat de meeste uitzettingen ’s morgens vroeg gebeuren) en bang om gescheiden te worden van ouders, broertjes en zusjes. Deze continue angst beschadigt kinderen, ook omdat ze het gevoel hebben dat ze in Nederland niet gewenst zijn en een vaak traumatiserende voorgeschiedenis hebben.

Noodklok
De Werkgroep Kind in azc luidde diverse keren de noodklok over de situatie van kinderen in de gezinslocaties. In december 2011 publiceerden UNICEF en Defence for Children de quickscan ‘De gezinslocaties in Gilze Rijen en Katwijk: geen plek voor een kind‘. Tegelijkertijd stuurde VluchtelingenWerk een brandbrief aan de minister. Dit leidde tot politieke aandacht, maar de verbeteringen bleven uit. In december 2012 stuurde de werkgroep een ‘Update rapport gezinslocaties‘ aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Hierin pleitte zij opnieuw voor een kindvriendelijker opvangsysteem. Omdat het aantal gezinslocaties toenam en de kinderen er steeds langer woonden, bracht de werkgroep in 2014 opnieuw een rapport uit over het welzijn en perspectief van kinderen en jongeren in de gezinslocaties.

Acht gezinslocaties
Inmiddels telt Nederland acht gezinslocaties, waar momenteel zo’n 1150 kinderen (met hun ouders) verblijven. De Werkgroep Kind in azc constateert dat steeds meer gezinslocaties volstromen en dat terugkeer op deze manier niet wordt bereikt of bevorderd. Het ene probleem – het op straat zetten van gezinnen, zoals vóór 2011 het geval was – lijkt te zijn ingeruild voor een ander. Kinderen worden namelijk nu geïsoleerd en uitgesloten van de Nederlandse samenleving. Ook deze aanpak leidt niet tot terugkeer én is in strijd met de basisrechten van kinderen.

De Werkgroep Kind in azc pleit voor:

  • Opvang van uitgeprocedeerde gezinnen conform de eisen van het VN-Kinderrechtenverdrag.
  • Afschaffing van de gezinslocaties als opvangvariant met een vrijheidsbeperkend en sober regime.
  • Opvang van alle asielzoekersgezinnen met kinderen op permanente, kleinschalige, kindvriendelijke locaties.
  • Opvang van uitgeprocedeerde gezinnen in reguliere azc’s zolang kindvriendelijke opvanglocaties ontbreken.
  • Terugkeerbegeleiding vanuit reguliere azc’s van gezinnen met kinderen die niet in Nederland mogen blijven.
  • Centraal stellen van het belang van het kind bij de inrichting van locaties en het opvangregime.
  • Mogelijkheden voor een zinvolle dagbesteding voor volwassenen en kinderen.

Rechterlijke uitspraak
Dat kinderen schade oplopen tijdens een verblijf in een gezinslocatie wordt onderstreept door een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (2 oktober 2014): de Nederlandse Staat moet een schadevergoeding van € 10.000,- betalen aan twee Nederlandse kinderen die samen met hun moeder bijna twee jaar in een gezinslocatie verbleven. De rechter oordeelde dat de ontwikkeling van de kinderen is geschaad als gevolg van het verblijf in een gezinslocatie.