Het is aan de Nederlandse overheid om te zorgen dat elk kind toegang heeft tot goede gezondheidszorg. Daarom hoort bij ieder asielzoekerscentrum een GezondheidsZorg Asielzoekers (GZA) en een huisarts aanwezig te zijn. Ook kunnen bewoners 24 uur per dag een praktijklijn bellen om advies te vragen of een afspraak met bijvoorbeeld de tandarts te maken. Het is belangrijk dat deze voorzieningen er zijn. Wel valt er nog veel te winnen, bijvoorbeeld binnen de geestelijke gezondheidszorg.

Toegang tot geestelijke gezondheidszorg

Gevluchte kinderen zijn vaak blootgesteld aan oorlog, geweld en andere traumatische ervaringen in hun land van herkomst of tijdens hun vlucht. In Nederland stopt de spanning helaas niet, doordat de asielprocedure een onzekere tijd is en ze vaak moeten verhuizen. Kinderen voelen de spanning van hun ouders en moeten steeds opnieuw afscheid nemen van belangrijke personen in hun leven, wat kan leiden tot post-migratie stress en hechtingsproblemen. Dit alles heeft een negatieve invloed op de ontwikkeling en het welzijn van kinderen. Toch wordt er relatief weinig gebruik gemaakt van de geestelijke gezondheidszorg en is er slechts op 30% van de locaties een weerbaarheidstraining beschikbaar (Leefomstandigheden van kinderen in asielzoekerscentra en gezinslocaties 2018).

De Werkgroep Kind in azc pleit onder andere voor de volgende acties:

  • Stop het verhuizen van kinderen in azc’s, zodat zij niet steeds opnieuw op de wachtlijst hoeven of behandelingen moeten afbreken.
  • Verbeter de voorlichting over de geestelijke en lichamelijke gezondheidszorg.
  • Zorg dat patiënten zich serieus genomen voelen door zo duidelijk mogelijk uit te leggen waar het gegeven advies vandaan komt.
  • Onderzoek mogelijkheden om het gebruik van de praktijklijn te stimuleren.