Siromi (15)

Toen we uit Sri Lanka weg moesten, gingen we met een auto, een vliegtuig en een vrachtwagen. Ik weet niet of we in een ander land zijn geweest voordat we in Nederland kwamen. Ik was bang, want ik wist niet waar we heen gingen. Een ‘agentschap’ heeft ons geholpen en we moesten hen geld betalen.

Verlegen
In Nederland gingen mijn moeder, mijn zus en ik eerst naar Ter Apel, vervolgens naar Gilze en toen naar het azc in Sweikhuizen. In het begin was ik bang, omdat ik niet wist waar ik terecht zou komen. Ik was verlegen en vond het eng om nieuwe mensen te leren kennen. Nu ben ik meer relaxed en ga ik ook naar school om Nederlands te leren.

Omdat we veel problemen hadden, moesten we weg uit Sri Lanka. Ze namen mijn papa mee en ook mijn moeder werd gearresteerd. Zij kon ontkomen. Die dag zijn we gevlucht. Papa en mama zaten in de problemen omdat ze mensen hielpen. We zijn christenen. Van mijn vader hebben we niets meer gehoord, we hebben geen contact met hem en weten niet waar hij is. We kunnen niet terug naar Sri Lanka. Dan doden ze ons.

‘Ik heb hier wel vrienden, maar niet zoveel als thuis’

 

We moesten heel snel weg uit Sri Lanka. Ik mis alles. Mijn vriendinnen, het huis, mijn kleren, mijn mooie jurken die ik van papa kreeg. En ook de cadeautjes van mijn vriendinnen die ik voor mijn laatste verjaardag kreeg. Boeken, een tas en ook een bootje dat van schelpen is gemaakt. Ik heb hier wel vrienden, maar niet zoveel als thuis, in Sri Lanka. Ik heb mijn vriendinnen daar niet meer gesproken, ze weten niet dat we in Nederland zijn. Misschien maken ze zich wel zorgen.

Nederlands leren
School vind ik heel belangrijk. In Gilze kon ik nog niet naar school, toen bleef ik vooral in mijn kamer. Nu we in Sweikhuizen zitten, ga ik in Sittard naar school. Ik doe heel erg mijn best. Er is namelijk niemand die onze taal spreekt, dus ik moet goed Nederlands leren om met mensen te kunnen praten. Ik doe ’s avonds zoveel dat ik vaak al voorloop op de les.

Azc Sweikhuizen was vroeger een kerk. Dat vind ik heel belangrijk. Wij bidden veel. Mijn moeder bidt elke dag van vijf tot zes uur, en we bidden met zijn allen ’s avonds. De bijbel is het enige dat me nog herinnert aan mijn land.

Pizza
Ik mis de natuur in Sri Lanka. We woonden bij de zee en er waren veel vissers. Ik vind vis lekker. Nu eten we dat bijna niet. Mijn lievelingseten is pizza. Ik heb dit voor het eerst in Nederland gegeten. Mijn moeder maakt het soms. Zij eet geen vlees, daarom ligt onze hele koelkast vol met gember, komkommer, courgette, wortelen en heel veel eieren. Ik kook zelf nooit, maar mijn zus en moeder wel.